Werkwoorden vervoegen
Het voltooid deelwoord
Les 27: het voltooid deelwoord
Uitlegvideo
Je leert regels om het voltooid deelwoord van het zwakke werkwoord te maken. Je leert hoe je van de overige werkwoorden het voltooid deelwoord kunt vinden. Daarnaast leer je regels om te bepalen of je haben of sein als hulpwerkwoord nodig hebt.
SC: GJW89 | 10 items | hints
Je oefent met het maken van het voltooid deelwoord van de zwakke werkwoorden volgens de regels die je in les 27 hebt geleerd.
SC: 3JW9M | 10 items | hints
Je oefent met het maken van het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden die op -ieren eindigen volgens de regel uit les 27.
SC: ZJXAM | 10 items | hints
Je oefent met het vinden van het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden. Gebruik eventueel de lijst van sterke werkwoorden als je het voltooid deelwoord niet uit je hoofd kent.
SC: DJXB8 | 10 items | hints
Je oefent met het vinden van het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden. Gebruik eventueel de lijst van sterke werkwoorden als je het voltooid deelwoord niet uit je hoofd kent.
SC: 9JXCB | 10 items | hints
Je oefent de voltooid deelwoorden van de modale en onregelmatige werkwoorden. Gebruik eventueel de lijst van sterke en onregelmatige werkwoorden als je het voltooid deelwoord niet uit je hoofd kent.
SC: 6JXDD | 30 items | hints
Dit is een sleepoefening. Je oefent met de regels om te bepalen of een voltooid deelwoord het hulpwerkwoord haben of sein krijgt. Sleep de 30 gegeven werkwoorden naar het juiste hulpwerkwoord!
SC: EJXE4 | 15 items | hints
Je oefent met het vervoegen van de hulpwerkwoorden haben en sein. Bepaal telkens eerst welk hulpwerkwoord bij het gegeven voltooid deelwoord hoort en zet deze vervolgens in de juiste vorm.
SC: CJXUQ | 15 items | hints
Je oefent met het maken/vinden van het voltooid deelwoord van werkwoorden met een voorvoegsel. Gebruik bij de zwakke werkwoorden de regel uit les 27. Gebruik bij de overige werkwoorden evt. de lijst van sterke en onregelmatige werkwoorden als je het voltooid deelwoord niet uit het hoofd kent.
SC: 6JXGA | 15 items | hints
Je oefent met het voltooid deelwoord inclusief het bijbehorende hulpwerkwoord van de werkwoorden uit alle groepen. Geef telkens het juiste voltooid deelwoord en zet het hulpwerkwoord in de juiste vorm.
SC: BJXH4 | 15 items | hints
Je oefent met het voltooid deelwoord inclusief het bijbehorende hulpwerkwoord van de werkwoorden uit alle groepen. Geef telkens het juiste voltooid deelwoord en zet het hulpwerkwoord in de juiste vorm.
SC: WJXJG | 15 items | hints
Je oefent met het voltooid deelwoord inclusief het bijbehorende hulpwerkwoord van de werkwoorden uit alle groepen. Geef telkens het juiste voltooid deelwoord en zet het hulpwerkwoord in de juiste vorm.
SC: 5JXK8 | 15 items | hints
Je oefent met het voltooid deelwoord inclusief het bijbehorende hulpwerkwoord van de werkwoorden uit alle groepen. Geef telkens het juiste voltooid deelwoord en zet het hulpwerkwoord in de juiste vorm.