Naamvallen
Voorzetsels met meerdere vertalingen
Downloads
Les 22: naar - nach, zu of in?
Uitlegvideo
Je leert in welke situaties je 'nach', 'zu' en 'in' gebruikt als vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'naar'.
SC: YGMTH | 10 items | hints
In deze oefening gaat het alleen om de vertaling van het voorzetsel 'naar'. Je vult telkens de juiste vertaling in.
SC: FGN4Q | 10 items | hints
Je oefent niet alleen met de juiste vertaling van het voorzetsel 'naar' maar je bepaalt ook de juiste naamval en vult ook de juiste vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, bijvoeglijk naamwoord en persoonlijk voornaamwoord in.
SC: CJZQS | 10 items | hints
Je oefent niet alleen met de juiste vertaling van het voorzetsel 'naar' maar je bepaalt ook de juiste naamval en vult ook de juiste vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, bijvoeglijk naamwoord en persoonlijk voornaamwoord in.
Les 24: voor - vor of für?
Uitlegvideo
Je leert in welke situatie je 'vor' en in welke situatie je 'für' gebruikt als vertaling van het Nederlandse voorzetsel 'voor'.
SC: 6GV4S | 10 items | hints
Je vult telkens alleen de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'naar' in en kiest daarbij uit 'vor' of 'für'.
SC: ZJZ2T | 10 items | hints
Je vult telkens de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'voor' in en kiest daarbij uit 'vor' of 'für'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.
Les 25: op - an of auf?
Uitlegvideo
Je leert in welke situatie je 'an' en in welke situatie je 'auf' gebruikt als vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'op'.
SC: EGV5H | 10 items | hints
Je vult telkens alleen de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'op' in en kiest daarbij uit 'auf' of 'an'.
SC: 7JZ3L | 10 items | hints
Je vult telkens de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'op' in en kiest daarbij uit 'auf' of 'an'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.
Les 26: over - nach, in of über?
Uitlegvideo
Je leert in welke situaties je 'nach', 'puber' en 'in' gebruikt als vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'over'
SC: HJZ49 | 10 items | hints
In deze oefening gaat het alleen om de vertaling van het voorzetsel 'over'. Je vult telkens de juiste vertaling in en kiest daarbij uit 'nach', 'in' en 'über'.
SC: 8JZ5H | 10 items | hints
Je vult telkens de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'over' in en kiest daarbij uit 'nach', 'in' of 'über'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.
SC: 4JZ6L | 10 items | hints
Je vult telkens de juiste vertaling voor het Nederlandse voorzetsel 'over' in en kiest daarbij uit 'nach', 'in' of 'über'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.
SC: 5JZ7J | 10 items | hints
Je oefent met het kiezen van de juiste vertalingen voor de Nederlandse voorzetsels 'naar', 'op', 'over' en 'voor'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.
SC: DJZ89 | 10 items | hints
Je oefent met het kiezen van de juiste vertalingen voor de Nederlandse voorzetsels 'naar', 'op', 'over' en 'voor'. Je bepaalt de juiste naamval en vult de correcte vormen van het lidwoord, bezittelijk voornaamwoord, persoonlijk voornaamwoord en bijvoeglijk naamwoord in.